donderdag 29 augustus 2019
dinsdag 4 juni 2019
Afscheid doet soms pijn, maar ben er langzaam naartoe gegroeid.
Ik denk dat jullie ook al een tijdje de bui zien hangen.
Ik ga stoppen met deze blog.
Ik heb veel plezier om in de tuin te werken en dat kost tijd.
En geeft wat beweging. Zit trouwens ook op senioren gymnastiek.
70 jaar ga ik toch een beetje voelen.
Maar er staat nog veel op om te lezen. In 2010 ben ik ermee begonnen dat is 9 jaar!
Ik wens iedereen het beste toe, en wie weet als het weer eens gaat kriebelen........
Liefs Dicky
maandag 29 april 2019
Een gebed voor de koning
Samenvatting
toespraak zondagmorgen 28-4-2019. Voorganger: evangelist Johan Krijgsman.
Telefoon
020-6227742; mobiel: 06-83571391. Amsterdam@bijbelcentrum.nl www.bijsimondelooier.nl
Thema: ‘Een gebed voor de koning’ n.a.v. Psalm 72:1
Gisteren
was het Koningsdag. De verjaardag van onze koning. We feliciteren hem van harte
met zijn verjaardag en wensen hem Gods zegen toe. Daarom denken we vanmorgen
met elkaar na over de koningspsalm 72. De tekst is Psalm 72:1. Ons thema
verdelen we in drie aandachtspunten.
1)
De aanspraak van dit gebed; 2) De inhoud van dit gebed; 3) De verhoring van dit
gebed.
1) De aanspraak van dit gebed
Psalm
72 is gemaakt door koning David. David was de tweede koning van Israël. Hij regeerde
van 1011-971 voor Christus. David schrijft deze psalm aan het eind van zijn
leven. Een veelbewogen leven ligt achter hem. Nog even en hij zal zijn
koninklijk ambt overdragen aan zijn zoon Salomo.
Voor
Salomo maakt hij deze psalm. Tegelijk profeteert hij over Koning Christus.
David
weet als geen ander wat het ambt van koning inhoudt. Hij weet ook dat hij zijn
ambt van God ontvangen heeft. We bidden en hopen dat koning Willem-Alexander
dat ook weet en belijdt.
David
benadrukt in deze psalm kort en krachtig van wie zijn verwachting is. Daar
heeft hij niet veel woorden voor nodig. Slechts twee: O God. David kent God met
zijn hart. Met zijn hele leven.
David
weet wie hij in zichzelf is en blijft voor God, zondaar. David weet ook dat God
in Christus genadig voor hem is. David weet geen andere Helper. Vandaar: O God.
Het
woordje ‘O’ gebruiken wij niet zoveel. Vaak als we blij zijn of schrikken. In
ieder geval gebruiken we het woordje ‘O’, als er iets speciaals aan de hand is.
Zo ook bij David.
Het
woordje God, hoor je meer dan je lief is. Het wordt door ongelovigen en
gelovigen te pas en te onpas gebruikt. Ik denk dat er niet één woord is dat
meer misbruikt wordt dan dit woord.
Geen woorden meer
Misschien
heb jij geen woorden meer om te bidden. Je bent teleurgesteld in mensen en in
jezelf.
Meer
dan eens. Je bent als het ware geestelijk burn-out.
Als
dat zo ligt, bidt dan maar met David mee. Het hoeft geen lang gebed te zijn.
Begin maar met:
O
God. Misschien heb je niet meer te bidden. Laat het dan daar bij. Maar doe het
alsjeblieft.
Misschien
is er een ander die teleurgesteld is in God. Tegenslag op tegenslag was en is
er.
Misschien
tegenslag in je relatie, met je kinderen, in je werk etc. Vragen stapelen zich
op.
Ook
je vragen over het godsbestaan stapelen zich op. Is dat nu een God van liefde?
Als
het zo moet, hoeft het van mij niet meer. Zo ver kan het komen. Heel
begrijpelijk.
Asaf,
de schrijver van de volgende psalm, had er ook last van. Lees het maar eens.
Hij bevond zich in een diepe geestelijke crisis. Wat deed hij? Ondanks alles
‘gooide’ hij het eruit voor…God.
Volg
zijn voorbeeld en ervaar dat God ook van jou afweet.
Als
we naar een bruiloft gaan, trekken we over het algemeen onze beste kleren aan.
Bij God hoeft dat niet. Je mag komen in je ‘werkkleren’. Ook al zitten er
‘gaten’ in van Godsvertwijfelingen. Bid maar, ook al wil en kun je het niet.
Bid toch het zondaarsgebed: O God, wees mij zondaar genadig.
2) De inhoud van dit gebed
In
onze vertaling is deze inhoud slechts twaalf woorden. Dat is niet veel. David
begint met: geef.
Dit
is een ‘geef’ van iemand die geen rechten meer heeft. David houdt een lege hand
op bij God. Totaal afhankelijk van God. Zoals dak – en thuislozen soms hun hand
ophouden en afhankelijk zijn van passanten. Dat is trouwens een eigenschap van
kinderen van God. Die zijn afhankelijk gemáákt.
Wat
moet God dan geven? David vraagt om twee dingen: Om Gods rechten, je mag ook
zeggen: Gods wetten en om Gods gerechtigheid. Twee zaken die ook onze koning
nodig heeft.
David
vraagt of zijn zoon Salomo naar Gods wetten mag regeren. Of Salomo ervoor
bewaard wordt met een ‘dubbele agenda’ te regeren. Dat zijn ja, ja en zijn nee,
nee is. Dat de mensen op hem aankunnen. Vooral dat hij de Heere zal liefhebben.
Dat zijn regering tot eer van de Heere zal zijn.
Het
gaat David er ook om dat Salomo Gods gerechtigheid op het oog heeft. Dat de
Heere het middelpunt van al zijn doen en laten zal zijn. Dat Salomo een
afspiegeling van de Heere mag zijn.
Dat
hij mensen oproept tot bekering en geloof. Daar heeft God recht op. Dan wordt
Hij verheerlijkt.
Samengevat:
het gaat bij Uw rechten en Uw gerechtigheid om Gods eer en heerlijkheid.
Het heden ligt in het verleden
Deze
woorden van Willem Bilderdijk (1756-1831) hebben ons iets te zeggen. Laten we
ze dit keer maar letterlijk opvatten. Het zou toch bijzonder zijn als onze
koning vanuit het heden kijkt naar het verleden. Naar zijn voorgeslacht. Mensen
die niet zonder de Heere konden leven. Die naar de regels van de Bijbel wilden
regeren. Die Gods eer voor ogen hadden.
Als
onze koning wat dat betreft het verleden in praktijk brengt, is er zegen te
verwachten. Dan wordt, als het Gods wil is, de geestelijke crisis opgelost.
Als
de ‘regering’ van onze koning echt gericht is op Gods eer, is er zegen te
verwachten. Dat kan de Heilige Geest zegenen. Dan zál er een nationale bekering
en berouw komen. Dan zúllen er komen tot het ware geloof in de Heere Jezus.
Persoonlijk
Nu
even persoonlijk. Leef jij al naar Gods wetten? Niet om er de hemel mee te
verdienen. Maar alleen omdat je Gods eer in het oog hebt gekregen. Weet jij wat
het is tot berouw en inkeer te zijn gebracht? Dan geldt op een andere manier
dat het heden in het verleden ligt. Dan zul je er alles aan doen om zonden van
het verleden in het heden te bestrijden. Dan is jouw leven nu een zichtbaar
getuigenis van de liefde die je hebt tot de Heere Jezus. Jezus is dan jouw
Koning.
3) De verhoring van dit gebed
Psalm
72 is geen mooie droom gebleven. Het is verhoord. In de Bijbel staat dat de
jonge Salomo God bad om wijsheid bij zijn ambtsaanvaarding (1 Koningen 3:1-15).
Salomo dacht groot van God en klein van zichzelf. Dat is altijd een eigenschap
van alle kinderen van God.
Het
gebed van David is ook een gebed over de ‘toppen van de eeuwen’ heen. Waarom?
Omdat het een profetische inhoud had.
Het is verhoord in de komst van de grote Zoon van David, Koning Jezus.
Al
zal het nog honderden jaren duren voordat Hij geboren wordt. Zijn Naam zal zijn
tot in eeuwigheid (vers 17). Dit komt overeen met wat de engel Gabriël tot
Maria, de moeder van Jezus zei. ‘Deze zal
groot zijn (…) Zijns Koninkrijks zal geen einde zijn’ (Lukas 1:32,33).
Volmaakte
koningen zijn er nooit geweest en zullen er nooit komen. Nooit zal er een
koning zijn die Gods wetten volmaakt houdt. Die gaat voor de eer van de Heere.
Ook onze koning Willem-Alexander is niet volmaakt. Volmaakt is alleen Koning
Jezus. David wijst met een profetische blik naar Hem.
Eerst vernedering, dan verhoging
De
Heere Jezus heeft tijdens Zijn verblijf op aarde gesproken over Zijn
Koninkrijk. Velen trekken achter Hem aan. De leiders zijn zelfs bang voor een
revolutie. Maar als de mensen Hem koning willen maken, trekt Hij Zich terug
(Johannes 6:15). Waarom? Omdat het voor Hem nog geen tijd is om koning te
worden.
In
het leven van Jezus zie je hetzelfde als in de geschiedenis van het Joodse
volk. Eerst kwam de priester, daarna de koning. Alleen Melchizédek is een
uitzondering (Genesis 14:18).
Als
Priester moest Jezus eerst de relatie met God in orde maken die wij verbroken
hebben. Als Priester offerde Hij Zichzelf daarom op aan het kruis. Tegelijk
kwam toen iets van Zijn Koning-zijn naar voren. Boven Zijn kruis hing een bord
met opschrift: ‘Deze is Jezus, de Koning der Joden’ (Mattheüs 27:37). Het was spottend
bedoeld en toch was het waarheid.
Als
je het leven van Jezus nagaat, zie je twee bewegingen. Eerst vernedering, dan
verhoging.
Zijn
geboorte, lijden, sterven en begrafenis is vernedering. Zijn opstanding,
hemelvaart, regering als Koning en terugkomst is Zijn verhoging.
Als
je onder Zijn regering komt, zie je ook twee bewegingen. Vernedering en
verhoging. Dit is vaak een doorgaande lijn. Je gaat steeds meer ervaren Zijn
Koning-zijn in jouw leven.
Koning Jezus
Koning
Jezus wil ons regeren door Zijn ‘rijkswetten’. Dat zijn Zijn Woord en Geest.
Door die wetten roept Hij hen die Hem al kennen op, Zijn rechten en Zijn
gerechtigheden in praktijk te brengen.
Hij
zegt tot ons: leert van Mij dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart
(Mattheüs 11:29).
Laat
je door Koning Jezus regeren en heb vrede.
Bid
dat onze koning zich mag laten regeren door Koning Jezus. Dan is er landszegen
te verwachten.
zaterdag 20 april 2019
Goede vrijdag
Samenvatting
toespraak Goede Vrijdag 19-4-2019. Voorganger: evangelist Johan Krijgsman.
Telefoon
020-6227742; mobiel: 06-83571391. Amsterdam@bijbelcentrum.nl www.bijsimondelooier.nl
Thema
van de toespraak: ‘Jezus en het kruis’ n.a.v. Johannes 19:17,18 en
38-42
Het
thema is verdeeld in:1) Jezus onder het
kruis; 2) Jezus aan het kruis en 3) Jezus zonder het kruis.
1) Jezus onder het kruis.
Eindelijk
is het zover. Het heeft wel veel moeite gekost. Maar eindelijk hebben de
vijanden van Jezus voor elkaar waar ze al jaren op uit zijn. Jezus moet dood!
En dan liefst de kruisdood. Het was nog niet zo eenvoudig Hem tot de kruisdood
te veroordelen. Alles is uit de kast gehaald om maar een beschuldiging te
vinden. Wat hebben ze met Hem onrustig gesold. Toen ze Hem gegrepen hadden,
brachten ze Hem eerst naar Annas, de schoonvader van Kájafas, de hogepriester.
Annas weet niet zo goed wat hij met Jezus moet beginnen. Hij stuurt Hem door
naar z’n schoonzoon Kájafas. Een grotere huichelaar is niet denkbaar. Als hij
Jezus aangehoord heeft, scheurt hij zijn kleren. Zo ‘erg’ vindt Kájafas het dat
de Heere Jezus zegt dat Hij Gods Zoon is. Nee, wie dat zegt moet dood.
Kájafas
heeft het recht niet om Jezus te veroordelen. Daarom stuurt hij de Heere Jezus
naar Pilatus, de Romeinse stadhouder of gouverneur. Die is bevoegd Hem tot de
dood te veroordelen.
Dat
is een opmerkelijk proces geweest. Tot vijf keer zegt Pilatus dat hij geen
schuld in Jezus vindt.
Stel
dat een rechter tot vijf keer zegt dat iemand onschuldig is en zo iemand krijgt
toch een zware straf. Ik denk dat Nederland te klein is om alle protesten te
bergen.
Wat
Pilatus ook doet, de mensen zijn van één ding overtuigd: Jezus moet gekruisigd
worden. Uiteindelijk zwicht Pilatus voor die politiek en geeft hij Jezus over
tot de kruisdood.
Nu
het zover is, moet het ook snel gebeuren. Hoe eerder hoe beter.
Voor
het rechthuis wordt het kruis op de schouders van Jezus gelegd. Dat behoort bij
de straf.
Wie
tot de kruisdood veroordeeld is, moet zelf het kruis dragen.
Tot
nu toe is Jezus tijdens dit proces bijna alleen maar passief geweest. Nu het
zover is dat Hij gekruisigd moet worden, wordt Hij actief: ‘en Hij dragende Zijn kruis, ging uit naar de
plaats genaamd Hoofdschedelplaats, welke in het Hebreeuws genaamd wordt Golgotha’
(Johannes 19:17).
Daarmee
geeft Hij aan dat Zijn lijden geen lot is, maar een daad. Hij neemt het kruis
vrijwillig op Zich. Hij kan dat kruis zo van Zich afwerpen. Dat doet Hij niet.
Wie
zo onder zijn kruis liep, wist maar één ding: aan dit kruis moet ik sterven.
Ook Jezus weet dit. Daarvoor was Hij toch gekomen? Daarom gaat Hij uit liefde
vrijwillig onder het kruis.
Misschien
ga je ook wel gebogen onder een kruis. Het kruis van eenzaamheid, ziekte,
verslaving. Weet je wat ik hoop? Dat je gebukt gaat onder het kruis van je
zonden. Dat dát jouw kruis is omdat je weet dat je met al die zonden Hem een
groot verdriet aandoet. Dan zul je ook leren dat niet Hij, maar jij daar onder
dat kruis had moeten lopen. Ik heb de dood verdiend. Toch tintelt je hart soms
ook van geestelijke blijdschap. Hij draagt dat kruis om voor de zonden te
betalen. Als je het oog op deze Kruisdrager mag richten, wil je graag al je
zonden kruisigen voor Hem.
2) Jezus aan het kruis.
Terwijl
Jezus gebukt gaat onder Zijn kruis, zet de stoet zich in beweging richting
Golgotha.
Wat
een stoet. Vloekende soldaten. Deftige theologen. Huilende vrouwen en
sensatiebeluste mensen.
Weet
je wie ik er in gedachten ook zie lopen? Mezelf.
Met
elke zonde die we doen, roepen we: kruist Hem. Het zijn onze zonden die Jezus
onder en aan het kruis brachten.
De
stoet nadert Golgotha. Dat was de plaats waar misdadigers werden
terechtgesteld.
Nu
gaat het gebeuren. Jezus wordt aan het kruis gespijkerd. De Almachtige aan het
kruis.
Zijn
handen waarmee Hij zoveel zegeningen heeft verricht, vastgespijkerd. Zijn
voeten waarmee Hij tot zondaren kwam, vastgespijkerd.
Zie
je ze in gedachten staan, al die mensen onder aan het kruis?
De
één met een traan, de ander blij dat Hij nu eindelijk aan het kruis hangt. Een
ander denkt: het is Zijn eigen schuld. Had Hij maar niet moeten zeggen dat Hij
de Zoon van God is.
Wie
z’n schuld is het eigenlijk dat Hij daar hangt? Van Kájafas, van Pontius
Pilatus? Van de Schriftgeleerden, Farizeeën, de soldaten? Ja, al die mensen
zijn er schuldig aan.
Weet
je wie z’n schuld het ook is? Jouw en mijn schuld. Het zijn onze zonden die
Jezus ónder het kruis brachten, maar die Hem er ook áán brachten. Als de
Heilige Geest met Zijn vlijmscherpe liefdepunt van overtuiging jouw hart raakt,
leer je dat beamen. Elke zonde die ik doe is een hamerslag op de spijkers
waarmee Jezus aan het kruis gespijkerd werd.
Hij
hangt met wijd uitgebreide armen. Die armen die Hij altijd nodigend uitstak
naar kinderen en allerlei mensen. Aan het kruis doet Hij dat nog. Deze armen
beslaan de hele dwarsbalk.
Die
wijd uitgebreide armen betekenen dat de grootste zondaar bij Hem welkom is. De
vastgespijkerde voeten geven aan dat Hij geen mens wegschopt die eerbiedig aan
Zijn voeten knielt.
Naast
Hem hangen de grootste bandieten. Tijdens Zijn leven werd Hij beschuldigd dat
Hij een vriend was van tollenaren en zondaren. Minderwaardig werd er van Hem
gezegd: ‘Deze ontvangt de zondaren en eet
met hen’ (Lukas 15:2). Nu hangt Hij tussen de misdadigers en sterft met
hen.
Hij
lijkt nu machteloos. Dat is Hij niet. Zelfs nu bekeert Hij één van de
moordenaars naast Hem.
Jezus
hangt in het midden, tussen moordenaars. Hij hangt ook tussen God en de mensen.
Hij
hangt in het midden en is de Middelaar. Hij is het die de vijandschap tussen
God en mensen weer kan wegnemen. Hij verenigt hemel en aarde. Hij is de brug
tussen hemel en aarde. Die brug die wij door onze zonden hebben opgeblazen.
Hij
hangt in het midden. Die plaats wil Hij ook hebben in ons leven. Hij moet het
centrum worden van ons handelen en wandelen. Vanuit onszelf hebben we Hem
buiten de deur van ons leven gezet.
Het
wonder is dat Hij door Zijn Geest voor Zichzelf plaats maakt, waar geen plaats
is. Plaats in ons hart. Daar wil Hij schoon schip maken. Hij in het middelpunt
van onze gedachten. Hij in het middelpunt en ik de laagste plaats. Dat is pas
zalig.
3) Jezus zonder het kruis.
Als
Jezus gestorven is, wordt het weer wat stiller op Golgotha. De spottende
soldaten zijn weg.
De
joelende menigte is huiswaarts gegaan. Er zijn erbij die een toontje lager zijn
gaan zingen.
Ze
zijn diep onder de indruk gekomen door wat ze op het laatste moment hebben
gezien en gehoord. Ze zijn verslagen van geest.
Terwijl
de anderen naar huis zijn gegaan, komt Jozef van Arimathéa. We weten niet
zoveel van hem. Hij is rijk en lid van het Sanhedrin, het Joodse rechtscollege.
Hij is ook een discipel van Jezus, maar in het geheim. Hij is veel te bang dat
ze hem daardoor z’n baan zullen afnemen. Hij verwacht het Koninkrijk van God.
Hij heeft dus de Heere lief gekregen. Dat komt nu naar buiten. Hij dient een
verzoek in bij Pilatus om het lichaam van Jezus een eervolle begrafenis te
geven. Zijn verzoek wordt ingewilligd. Wat de mensen er ook van zeggen, nu komt
hij ervoor uit dat hij een liefhebber van Jezus is. ‘Hij dan ging heen en nam het lichaam van Jezus weg’. (Johannes
19:38). Hij blijft niet alleen.
Er
komt nog iemand aan. Het is Nicodémus. De Farizeeër die een paar jaar geleden
Jezus ’s nachts opzocht omdat hij met levensvragen zat. Nicodémus komt niet met
lege handen. Hij heeft zeer dure middelen bij zich om het lichaam van Jezus te
verzorgen. Alles heeft hij voor Jezus over.
Deze
beide mannen hebben liefde tot een dode Jezus. Het beste is nog niet goed
genoeg.
Samen
leggen ze het lichaam van de Heere in een nieuw graf. Een graf waarin nog nooit
iemand heeft gelegen. Het kruis ligt achter Hem en de opstanding wacht.
Zijn
kruis ligt achter Hem. Maar Zijn kruisevangelie gaat nog steeds de wereld rond.
Niemand kan om dit kruisevangelie heen. Of het is je tot eeuwig oordeel of tot
eeuwig voordeel. Vriendelijk zegt Hij: ‘Komt
herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt en Ik zal u rust geven’ (Mattheüs 11:28). Misschien vermoeid van al je
levensvragen. Wellicht de vraag of er wel een God is. Leg je vragen bij Hem
neer door het gebed.
Als
we Hem mogen navolgen, brengt dat ‘een kruis’, lijden met zich mee: ‘die zijn kruis niet op zich neemt, en Mij
navolgt, is Mijns niet waardig’.
(Mattheüs 10:38).
Het
betekent ook belijden dat jij het kruis verdiend hebt door je zonden. Toch klem
je je met alles wat in je is, vast aan Jezus, Die ‘het kruis heeft verdragen en schande veracht (…)’ (Hebreeën 12:2).
Heb
je je nog niet bekeerd? Hij is bereid te verlossen van ons grootste kruis:
eigenliefde. Wend je tot Hem en word behouden (Jesaja 45:22).
Wie zijn wij?
Wij zijn een ‘evangelisatiepost’ van de
Gereformeerde Gemeenten. We proberen met elkaar missionair werkzaam te zijn in
Amsterdam. Samenbindend bezig zijn en er
te zijn voor alle mensen is één van onze missies. Wij willen een hand reiken
aan en een band aangaan met mensen. Ongeacht (geloofs)overtuiging.
Elke zondag hebben we om 10:30 en 17:00 uur een
dienst. Daarnaast hebben we verschillende activiteiten.
Voor meer informatie zie onze website
www.bijsimondelooier.nl of 06-83571391 / 020-6227742. U bent van harte welkom in onze
evangelisatiepost!
maandag 15 april 2019
1) Een haatdragende vloekdrager; 2) Een berouwdragende vloekdrager 3) Een schulddragende Vloekdrager.
Vandaag
is het de laatste lijdenszondag voor Goede Vrijdag. Daarom verplaatsen we ons
in gedachten naar Golgotha, de plaats waar Jezus werd gekruisigd. Het thema
naar aanleiding van Lukas 23:33-43 verdelen we in drieën. 1) Een
haatdragende vloekdrager; 2) Een berouwdragende vloekdrager 3) Een
schulddragende Vloekdrager.
1) Een haatdragende vloekdrager
Eindelijk
is het zover: Jezus hangt aan het kruis. Lang hebben de schriftgeleerden en
farizeeën hiernaar uitgezien. Naast Hem hangen nog twee kruiselingen. Het zijn
moordenaars, want het recht moet zijn loop hebben. Vandaar die afschuwelijke
straf.
Alle
drie de kruiselingen zijn vervloekt. Niet alleen door de regering, maar ook
door God (Deuteronomium 21:23; Galaten 3:13). Dat laatste is het ergste. Dat
komt zelfs zichtbaar tot uiting. Iemand aan het kruis hangt tussen hemel en
aarde. Vervloekt door de aarde en de hemel. Zo iemand maakt geen schijn van
kans meer op de hemel. Zo werd er geredeneerd. Gelukkig rekent God anders.
Op
Golgotha is het een drukte van belang. Iedereen kijkt en vooral de middelste
Kruiseling, Jezus, krijgt de volle aandacht. Wat een mensen heeft Hij genezen
en op allerlei andere manieren geholpen.
Er
zijn er zelfs velen bij die hun redding, hun zaligheid, in Hem hebben gevonden.
Die zijn boven zichzelf uitgetild. Wat ze in zichzelf en bij anderen niet
vonden, vonden ze bij Hem.
De
redding van zichzelf zochten ze niet. Dat werd anders toen ze met Jezus in
aanraking kwamen.
Het
is net als met een kind. Zolang je niet vertelt dat je een prachtig cadeau
hebt, verlangt het nergens naar. Zodra je haar dit vertelt, wordt het anders.
Ze vraagt de oren van je hoofd en heeft geen rust voordat ze het cadeau heeft.
Zo gaat de Heere vaak te werk als Hij je aan Zijn kant wil brengen.
Hoewel
het spottend gebeurt, wordt er zelfs nu nog propaganda voor Hem gemaakt.
Er
wordt geroepen dat Hij anderen heeft verlost. Zo is het. Hij heeft anderen van
hun egoïstische leven en allerlei andere zonden verlost. Al hun zonden gingen
ze belijden en bestrijden en voor Hem neerleggen. Heb jij dat trouwens al
gedaan? Zo niet, dan sta jij nog steeds mee te roepen in het koor bij het kruis
van Jezus.
Het
zijn trouwens niet alleen de toeschouwers die spotten. Zelfs een medekruiseling
spot. Dat terwijl hij voelbaar en zichtbaar op het punt staat te sterven. Dan
nog vol haat tegenover Jezus.
Lenin,
de Russisch marxist, heeft veel gespot met God en de godsdienst in zijn leven.
Aan
het eind van zijn leven bad hij stoelen en tafels om vergeving van zijn zonden.
Toen was het spotten over. Wat denk je van Voltaire, de Franse filosoof? Zijn
verpleegster zei: voor al het geld van de wereld wil ik geen ongelovige meer
zien sterven. Hij schreeuwde de hele nacht om vergeving.
En
wat doet deze kruiseling? Zijn haat naar Jezus gooit hij eruit. Hij is
vervloekt om zijn zonden en zijn zonden verzwaart hij zelfs aan het eind van
zijn leven.
Wat
is een mens? Inderdaad: met of zonder kruis een vloekdrager. Wij dragen de
vloek en zijn vervloekt om onze zonden. De Heere zegt: ‘Vervloekt is een ieder die niet blijft in het boek der wet om dat te
doen’ (Galaten 3:10).
Ferme
taal, ernstige taal zeg je. Mensen, ik kan niet anders om ook dit te zeggen.
Die andere moordenaar aan het kruis spotte ook eerst. Later bad hij tot de
Heere Jezus om vergeving. Zo moet het ook ons vergaan. Bekeer je en geloof het
Evangelie.
2) Een berouwdragende vloekdrager
Dat
is wat: aan het kruis tot bekering komen. Zo is het gegaan met die andere
moordenaar.
Nee,
hij is niet bekeerd om de pijn aan het kruis. Je hebt mensen die zich ‘bekeren’
als ze in de grootste penarie zitten. Zodra dat over is, gaan ze weer
geleidelijk op de oude voet verder.
Waarom
is deze vloekdrager dan bekeerd? De Heilige Geest nam beslag op en in hem.
Hij
ging op het laatst van zijn leven Jezus heel anders zien. Want zeg nou zelf:
wat is er aan deze Man aan het kruis te zien met je gewone ogen? Toch niets dan
ellende en narigheid? Nee, de Heilige Geest gaf hem ‘geloofsogen’. Deze
moordenaar ontving een ‘bril’ om de lijdende Jezus en zichzelf te zien.
Weet
je, als dat gebeurt, ga je niet alleen Jezus met andere ogen zien, maar ook
jezelf.
Bij
deze moordenaar heb je de bekering in een notendop. Hij belijdt dat hij terecht
het oordeel van God verdiend heeft om zijn zonden. Vandaar dat hij een
vloekdrager is. Hij heeft hartelijk berouw over zijn zonden en kan niet meer
zonder Jezus leven. Hij belijdt Jezus als Koning.
Als
Jezus zulke klanken hoort, kan Hij niet zwijgen. De moordenaar krijgt de
verzekering dat hij heden met Jezus in Zijn Koninkrijk zal zijn.
Nu
zal niet iedereen die bekeerd wordt, zo’n bekering hebben als deze moordenaar.
Toch zal iedere bekeerde de grondtonen ervan kennen. Dat staat vast.
Je
kunt het vergelijken met het aanmeten van brillenglazen. Bij iedereen is de
meting van de ogen en dus van de glazen verschillend. Bij de één duurt de
meting ook langer dan bij de ander. Toch ontvangen ze allemaal een bril of
contactlenzen om beter te kunnen zien.
Kijk
jij nog steeds door de smerige glazen van je eigen ‘geestelijke’ bril? Dat gaat
echt niet goed.
Dan
kom je in de berm en tenslotte beland je in de sloot en je verdrinkt
geestelijk. Laat je een geestelijke bril aanmeten door de Heilige Geest. Zijn
wachtkamer staat dag en nacht open.
3) Een schulddragende Vloekdrager
In
deze geschiedenis is dit de climax. De middelste Vloekdrager hangt daar niet om
Zijn zonden, maar om de zonden van anderen. Jezus hangt daar onschuldig en
tegelijk als de grootste Vloekdrager. Onze oude catechismus zegt dat Hij de
toorn van God tegen de zonde van het hele menselijke geslacht gedragen heeft.
Dat is een hele volzin vol zinnige woorden. Het betekent uiteraard niet dat
Jezus voor álle mensen geleden heeft. Dat is met de Bijbel in de hand niet vol
te houden. Trouwens de praktijk bevestigt het. Er zijn ‘beroemdheden’ die
vloekend gestorven zijn. Het betekent wel dat het offer van Jezus zo ruim is
dat iedereen gered kan worden.
De
Heere Jezus hing aan het kruis als plaatsvervangende Vloekdrager. Trouwens het
hele leven van Jezus was plaatsvervangend. Anders gezegd: Hij leefde en stierf
niet voor Zichzelf, maar ten eerste om de verbroken wet van Zijn Vader weer te
herstellen. Die verbroken wet en de gesmade eer van Zijn Vader, ging Hem aan
Zijn hart. Zijn Vader had Hem ook opdracht gegeven om Zijn lievelingen,
miljoenen mensen, te redden. Mensen die vanuit zichzelf onder de vloek van God
leven.
Ook
dat ging en gaat Hem aan Zijn hart. Kosten nog moeite heeft Jezus gespaard om
hen te redden. Zie Hem hangen aan het kruis. Hoor Hem klagen. Zo voldoet Hij de
zondeschuld aan Zijn Vader voor vloekdragers. Zie onze weektekst onderaan:
Galaten 3:13.
Hij
droeg Zijn kruis gewillig. Het was niet Zijn kruis, maar het kruis van Zijn
kinderen.
Wat
op Golgotha is gebeurd, wordt wel de ‘wonderlijke ruil’ genoemd. Gods kinderen
zeggen: mijn verdiende kruis werd Zijn kruis, want alzo lief heeft God de
wereld gehad. Onbegrijpelijke ruil.
Wat
van ons is (onze zonden) werd van Hem en wat van Hem is (Zijn zondeloosheid)
werd van ons. Mijn verdiende vloek werd Zijn vloek. Zo gaan vloekdragers
vrijuit.
Wij
zeggen wel eens: van ruilen komt huilen. In zekere zin gaat dat ook hier op.
Maar dan is het een huilen van geestelijke blijdschap dat Hij vrijwillig een
Vloekdrager wilde worden. Soms zeggen wij tegen elkaar: dat is jouw schuld.
Geestelijk gesproken kunnen Gods kinderen dit nooit meer tegen elkaar zeggen.
Hun schuld werd Zijn schuld. Wat een geestelijke vrijheid geeft dat.
We
zeiden dat Christus niet voor alle mensen een schulddragende Vloekdrager is
geweest. Voor wie dan wel? De Nederlands/Duitse theoloog Kohlbrügge (1803-1875)
zegt op grond van de Bijbel:
‘Voor
mij en alle zondaren, die anders niet weten waar wij elders leven vinden en
vandaan moeten halen’. Met andere woorden: voor hen die geen greintje
geestelijk leven in zichzelf vinden. Die het geestelijk leven zoeken bij Jezus
Christus.
De
Nederlandse theoloog Smytegelt (1665-1739) zou zeggen: ‘leg er je hart eens
naast’. Vrij vertaald: hoe staat het er geestelijk voor?
Omdat
Jezus een Vloekdrager werd, kun ook jij een nieuw mens worden.
We
staan nog eenmaal onder aan de voet van het kruis: ‘en het volk stond en zag het aan’ (Lukas
23:35). Je mag bij de Heere aankloppen. Hij leidt je naar
het kruis van deze Vloekdrager.
maandag 8 april 2019
Jezus liefdesopdracht
Samenvatting
toespraak zondagmorgen 7-4-2019. Voorganger: evangelist Johan Krijgsman.
Telefoon
020-6227742; mobiel: 06-83571391. Amsterdam@bijbelcentrum.nl www.bijsimondelooier.nl
Thema
van de toespraak: ‘Jezus’ liefdesopdracht’ n.a.v. Johannes
19:26-27
De
Heere Jezus heeft zevenmaal gesproken aan het kruis. Dat noemen we de zeven
kruiswoorden. Vandaag luisteren we naar het tweede kruiswoord. Het is een woord
vol liefde en ontferming over Zijn moeder Maria. Ze staat bij het kruis met een
aantal andere vrouwen. Ook de discipel Johannes staat bij Zijn kruis.
Maria’s liefdessmart
Wat
moet dat voor Maria geweest zijn om zo haar Zoon te zien lijden. Haar
moederliefde wordt hier op het diepst geraakt. Dat is toch een eigenschap van
een moeder? Die lijdt mee als haar kind lijdt. Vaak willen moeders dan helpen
om het lijden te verzachten. Moeders onder ons: dat weten jullie toch? Als je
kind ernstig ziek is en je ziet het pijn lijden, dan breekt toch je hart?
Maria
kan hier niets doen voor haar eigen Kind. Maria mag hier ook niets doen. De
Heere Jezus moet alleen lijden en strijden. Dat was 700 jaar geleden al
voorzegd door de profeet Jesaja. Hij heeft ‘de pers’ alleen getreden (Jesaja
63:3). Met ‘de pers’ wordt Gods toorn tegen de zonde bedoeld.
Hij
moest die alleen dragen. Niemand kon dat overnemen of een deel daarvan. Ook
Maria niet. Niemand kan die toorn dragen. Zul je er rekening mee houden? Met
andere woorden: onze ‘offertjes’ van goede werken tellen niet mee.
Het geloof van Maria
Bij
het kruis wordt Maria geraakt in haar liefdehart. Daar gaat een zwaard
doorheen. Ook dat was al voorzegd toen de Heere Jezus nog maar net geboren was.
Het was de oude Simeon die de Heere lief had, die dit voorzegd had. Met het
Kindeken Jezus in zijn armen voorspelde hij dat er een zwaard door Maria’s ziel
zou gaan (Lukas 2:35). Dat wordt hier vervuld. Op het aller-diepst wordt ze
innerlijk geraakt. Toch loopt ze niet weg van het kruis. Ondanks dat haar
geloof beproefd wordt.
Haar
geloof? Ja, ze heeft ervan gezongen dat Hij haar Zaligmaker is. (Lukas
1:46-55).
De
engel Gabriel had haar beloofd dat de Heere Jezus ‘groot’ zou zijn. En ook dat
Zijn Koninkrijk geen einde zou hebben (Lukas 1:32,33). Daar heeft ze vast in
geloofd. Maar wat blijft daar nu van over als ze Hem nu aan het kruis ziet
hangen en lijden?
Gods trouw
Misschien
herken je het wel. Vanuit de grote nood in je leven heb je houvast gekregen aan
Gods beloften. Daar bouwde je op. Nu zie je het geestelijk gesproken niet meer
zitten. Je bent met al de beloften in de ‘geestelijke dood’ gekomen. Dat het zo
zou kunnen gaan in je geestelijk leven, had je nooit gedacht. In plaats van
vreugdeliederen zing je nu treurliederen.
Hoe
komt het dat Maria ondanks alles toch bij het kruis blijft staan? Omdat de
Heere Jezus haar op een verborgen manier vasthoudt. Dat is Zijn trouw.
Hoe
komt het dat zij die houvast hebben gekregen aan Gods beloften, daar soms geen
zicht op hebben, toch niet loslaten? Omdat de Heere hen op een verborgen manier
vasthoudt.
Hij
leert hun dat het vaak anders gaat in het geestelijke leven dan ze denken.
Gods
kinderen komen er steeds meer achter dat ze geen greintje geestelijk leven in
zichzelf hebben. Dat alles in Christus ligt. Ze kunnen dat wel zeggen, maar dat
te beleven is een andere zaak. Dat gaat de Heere hun meer en meer leren op soms
een wonderlijke manier.
Een Zoon kwijt
Terwijl
Jezus Zelf in de grootste nood is, gaat Zijn zorg uit naar Zijn moeder en de
discipel Johannes. Hij kan Maria niet loslaten voordat de zaken goed geregeld
zijn. Wat een liefde.
Hij
zegt vanaf het kruis tegen Zijn moeder: Vrouw zie uw zoon en tegen Johannes:
zie uw moeder.
Hij
zegt tegen Maria niet moeder, maar vrouw. Waarom? Twee dingen.
Ten
eerste was dat in het Oosten een aanspraak van eerbied. Daarmee eert Hij Zijn
moeder vanaf het kruis. Daar kunnen onze jongeren van leren. Heb eerbied voor
je moeder. Je hebt er maar één op de hele wereld!
Ten
tweede geeft Hij hiermee aan dat Maria’s moedertaak geëindigd is. Jaren heeft
ze voor Hem gezorgd als zorgzame moeder. Dat zorgzame is de moeders onder ons
toch niet vreemd?
De
Heere Jezus snijdt de ‘vleselijke’ band met Maria voorgoed door. Dat Maria
moest leren dat de familieband bij Hem niet in de eerste plaats komt, had Hij
al eerder gezegd. (Johannes 2:4).
Nu
herhaalt Hij dit weer.
De
Heere Jezus duwt Maria zo in haar moedertaak op een tere en zachte wijze terug.
Maria moet Hem nu niet meer zien als haar Zoon, maar alleen als haar
Zaligmaker.
Dat
is heel wat geweest voor Maria. Ze raakt hierdoor haar lievelingszoon
kwijt.
Een zoon ontvangen
De
andere zonen van Maria hebben Maria bij het kruis in de steek gelaten. Ze
hadden niets met die Broer van hen. Ze geloven niet in Hem. Ze ergeren zich aan
het kruis. Maria krijgt er een andere zoon voor in de plaats. Johannes, de
apostel der liefde. Tegen Johannes zegt Hij: zie uw moeder. Johannes neemt
Maria in zijn huis.
Zo
zien we dat het kruis een scheur trekt in familiebanden. Soms dwars door
gezinnen of huwelijken. Zelfs dwars door een gemeente.
Het
kruis trekt niet alleen een scheur, maar bindt ook samen. Bij het kruis zien we
de geboorte van een nieuw gezin. Maria ontvangt een nieuwe zoon en Johannes een
nieuwe moeder. De Heere Jezus is hun oudste Broeder. Een betere zoon of broer
kun je niet hebben. Dat is een Zoon of Broer Die altijd voor je klaarstaat.
Geestelijk gezin
Ben
jij al een zoon of dochter van de Heere Jezus geworden? Dat ‘gezin’ is één in
hun liefde tot Jezus. Ze doen Zijn wil met hun gehele hart. Ze leven uit Hem en
met Hem. Ze leven op Zijn kosten.
Hij
heeft alles betaald op Golgotha met Zijn bloed, met Zijn leven. Dit gezin
groeit vanaf Golgotha tegen de klippen op, wereldwijd. Het kruis maakt allerlei
nationaliteiten tot familie in Hem.
Helemaal alleen
Het
is belangrijk om te letten op welk momént de Heere Jezus deze liefdesopdracht
geeft. Hij stuurt daarna Maria en Johannes weg. Maria, met wie Hij zo’n band
had als Zoon, maar ook als Zaligmaker. Johannes waar Hij een bijzondere
liefdes-geloofsband mee had. Waarom moesten ze weg?
Zo
wordt de Heere Jezus helemaal alleen gelaten. Zelfs zijn innigste
familierelaties doorsnijdt Hij.
Hij
neemt vrijwillig afstand als Zoon van Maria. Hij wil en moet de ‘pers’ alleen
treden.
Hij
stuurt ze weg vlak voor de drie-urige duisternis. Hij stuurt Maria en Johannes
ook weg voordat het vierde kruiswoord wordt uitgesproken. ‘Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten? (Mattheüs 28:46).
Wat een diepte ligt in dit kruiswoord! Daarin heeft Hij Zijn verlatenheid en
Zijn diepste lijden uitgedrukt. In die verlatenheid kwam Zijn Vader als Rechter
met Zijn volle toorn op Hem.
Hij
wilde niet dat Zijn moeder dat mee zou maken. Wat een liefde.
Eenzaam
De
zonde heeft de mens nameloos eenzaam gemaakt. Heb je er wel eens aan gedacht
dat eenzaamheid een gevolg is van de zonden? Dat heeft de Heere Jezus aan het
kruis ervaren.
Zo
kan Hij hun die zich door eigen schuld ‘geestelijk’ eenzaam voelen door hun
zonden, een relatie geven met God de Vader. Dan weet je je een zuster of
broeder van allen die Hem liefhebben. Dat is pas leven!
Dit
tweede kruiswoord geeft, net als de andere kruiswoorden, liefde van één kant
aan.
Ken
je iets van deze liefde en het bedroevende van de zonden? Zoek er meer van te
kennen.
Weet
je er niets van? Sla Zijn familieaanzoek niet af (Johannes 1:12,13; 1 Johannes
4:9). Hij is graag ook jouw oudste Broeder.
woensdag 3 april 2019
Christus gebed voor Zijn vijanden
Samenvatting
toespraak zondagmorgen 31-3-2019. Voorganger: evangelist Johan Krijgsman.
Telefoon
020-6227742; mobiel: 06-83571391. Amsterdam@bijbelcentrum.nl www.bijsimondelooier.nl
Thema
van de toespraak: ‘Christus’ gebed voor Zijn vijanden’ n.a.v. Lukas 23:34
De Heere
Jezus heeft tijdens Zijn leven op aarde veel gebeden. Zelfs aan het kruis op de
heuvel Golgotha heeft Hij heel indringend gebeden. Het was een gebed voor Zijn
vijanden.
We gaan daar
met elkaar over nadenken aan de hand van Lukas 23:34. We verdelen de toespraak in drie delen: 1)
Het begin van dit gebed; 2) de inhoud van dit gebed en 3) de klem van dit
gebed.
1) Het begin van dit gebed.
Eindelijk is
het dan zover: Jezus is gevangen. Hij wordt weggeleid naar Golgotha om
gekruisigd te worden. Veel mensen volgen de stoet. Er zijn er zelfs bij die
huilen als ze dit allemaal zien.
Na een
onrustige tocht komen ze aan op Golgotha. Hier kunnen ze hun haat tegen Jezus
ten volle laten zien.
Wat is er de
afgelopen uren al niet over de Heere Jezus heengegaan? Wat is Hij gemarteld.
Wat een
lasteringen heeft Hij moeten doorstaan. Het is met geen pen te beschrijven wat
Hij al heeft doorstaan. Uiteindelijk volgt dan nu de wreedste dood die maar
denkbaar is, de kruisiging.
In die tijd
was de kruisiging niet onbekend voor misdadigers. Als een misdadiger dan aan
het kruis hing en de laatste marteling onderging, dan klonken de ergste vloeken
en schreeuwen vanwege de ondraaglijke pijnen. Het was niet om aan te zien en te
horen.
Wat hoor ik
uit de mond van Jezus? Hoor ik een smartelijke pijnkreet? Niets van dit alles.
Zijn eerste
woord aan het kruis is een gebed voor onverschillige soldaten. Het is een gebed
voor de fanatieke Schriftgeleerden. Het is ook een gebed voor de opgehitste
mensenmenigte die erbij staat te kijken. Kortom: het is een gebed voor Zijn
vijanden.
Hoe begint
Jezus Zijn gebed? Heel indringend klinkt het: Vader. Wat een vertrouwelijke
omgang had de Heere Jezus met Zijn Vader in de hemel. In de grootste nood houdt
Hij nog vast aan Zijn Vader.
Bij Wie moet
Hij het anders zoeken?
Nood
Misschien
herken je hier wel iets van. Je verkeert in nood. Je hebt overal hulp gezocht.
Overal vind je gesloten deuren. In zulke omstandigheden blijft er altijd één
weg open. Dat is de weg naar boven, de weg van het gebed. Vertel de Heere alles
waar je mee zit. Zeg maar: Heere, ik kan mezelf niet helpen, maar ik heb
gehoord dat U kunt helpen. Ik heb het niet verdiend, maar help mij uit genade.
Hij vraagt
aan Zijn Vader om vergeving voor hen die vervuld zijn met haat en afkeer van
Hem.
Voor hen die
naar Zijn vreselijke doodsstrijd staan te kijken. Dat is nu liefde.
Hoe bidt Hij
dan? Vader, vergeef het hun. Wat bedoelt de Heere Jezus met dat woordje: het?
Hij vat hier
al de zonden van het volk samen in dat kleine woordje het. Moet ik daar iets van zeggen?
Hij bedoelt daarmee al de spot en verachting die Hij ondervonden heeft toen Hij
vol liefde het land doorging. Al de afkeer en haat die Hij ondervonden heeft.
Al de grove mishandelingen en pijnigingen die Hij heeft ondergaan in de uren
voordat Hij hier was. Alles wat ze Hem op dit moment aandoen. Wat een liefde
dat Hij Zijn Vader niet alles woord voor woord voorlegt, maar het samenvat met
dat kleine woordje het. De liefde van Christus gaat nog verder. Hij
zegt: Vader, vergeef het hun.
Wie zijn die
hun? Het is ten
diepste een massa misdadigers die hier staan. Allemaal willen ze van Jezus af.
Op de kruisheuvel Golgotha staan ruwe soldaten en beulen. Er staan deftige
Schriftgeleerden en Farizeeën. Daarnaast zie ik de gewone man en vrouw staan,
opgehitst door de kerkelijke leiding.
Liefde
Zie je
jezelf daar staan? Want zo lang wij niet met een echt geloof in Hem geloven,
doen wij ten diepste hetzelfde als al die mensen bij het kruis. Wij verwerpen
Hem.
Met dit kleine
woordje hun sluit Hij
niemand uit. Iedereen heeft van nature een diepe afkeer van Jezus. Dat komt nu
heel duidelijk aan het licht, nu ze Hem gekruisigd hebben.
Wat een
liefde dat de Heere Jezus zelfs in Zijn ondragelijke pijnen, nu nog Zijn handen
uitstrekt naar zulke mensen. Hij worstelt om hun behoud in dat kleine woordje hun. Hij worstelt om jouw behoud.
Wat een liefde. Onder zo’n gebed breekt je hart toch?
2) De inhoud van dit gebed.
Dan laten we
de nadruk vallen op het woordje: vergeef. Dat woord heeft hier twee betekenissen: ‘laten liggen’ en ‘loslaten’.
Wat betekent ‘laten liggen’? De Heere Jezus vraagt aan Zijn Vader of Hij de
zonden van die mensen nog wil laten liggen en ze nog niet wil straffen om hun
zonden.
Dus Jezus
vraagt of die mensen nog uitstel krijgen. Hij bidt: Vader, wilt U hen nog
sparen, geef ze nog tijd zodat ze nog tot bekering mogen komen. Vader, straf ze
nog niet, als U nu naar hun zonden zult doen, dan moeten ze levend ter hel
varen. Vader, hoor Mijn gebed. Ik treed voor hen tussenbeide met Mijn gebed. De
Heere Jezus bidt hier om genadetijd voor Zijn vijanden.
Omdat Hij
dit gebeden heeft aan het kruis, daarom krijg jij nu nog tijd om je te bekeren.
Om de bede van Christus stelt God het oordeel over alle ongelovigen nog uit.
Wat een goedheid van Hem. Niemand verdient het door zijn zonden nog langer te
leven.
We gaan nu
naar de tweede betekenis van dit woordje vergeef. Dat is ‘loslaten’.
We kunnen
ook zeggen: vrijspreken. Hij vraagt hier niet voor iedereen om vrijspraak. Dat
zou dan betekenen dat iedereen vergeving krijgt. Vrijgesproken wordt. Dat is
niet bijbels.
Hij vraagt
hier om vergeving van de zonden van allen die Hij op het oog heeft. Ook die
mensen stonden onder de mensenmassa bij het kruis. Voor die mensen heeft Hij
door Zijn dood verzoening verdiend.
Zie jij
jezelf daar ook tussen staan? Dat is de allerbelangrijkst vraag die ons bezig
moet houden.
Hoe weet ik
dat, vraag je? Heel eenvoudig. Dan ken je jezelf als een vijand van God en
Jezus.
Je hart
breekt van verdriet onder die vijandschap. Daar wil je vanaf. Dat is je gebed.
Luister, voor die mensen bidt Hij hier Zijn Vader. Vader, spreek ze vrij van
zonden op grond van Mijn zondoffer aan het kruis. Dit gebed wordt altijd
verhoord door Zijn Vader. Daar staat Hij borg voor omdat Hij de Borg is.
3) De klem van dit gebed.
Dat
beluisteren we in: ‘zij weten niet wat ze
doen’. Is dit een verontschuldiging? Nee, want ze kunnen
heel goed weten wat ze doen. Ze zijn alleen met blindheid geslagen door hun
eigen zonden. De Heere Jezus grijpt dit aan om te bidden om uitstel en
verschoning. Hij vraagt of ze tot inkeer mogen komen.ij HiHinbnbHij mmm
Zondigen is
een schuldige onwetendheid. Waarom? Omdat wij in het paradijs zo niet geschapen
zijn.
Je weet niet
wat je doet als je onbekeerd doorleeft. Als je denkt dat het allemaal wel mee
zal vallen.
Je weet niet
wat je doet als je denkt met wat goede werken het te redden voor God.
Je hebt
wedergeboorte nodig! Je hebt het ware geloof in Christus nodig.
Je weet niet
wat je doet als je zegt dat wij ons hart moeten openen, zodat Jezus erin kan
komen. Nee, Jezus opent Zelf mensenharten en dan trekt Hij naar binnen.
Je weet niet
wat je doet als je Jezus blijft verwerpen. Dan gaat de Heere dit gebed als het
ware steeds zachter bidden. Omdat je wel weet wat je doet als je doelbewust Hem
blijft verwerpen.
Wat een
schuld laad je dan op je. Weet wat je doet als je zo doorleeft!
Weet je
wanneer we weer weten wat we doen? Als de Heilige Geest ons leven binnenkomt.
Dan zie je
je leven in het juiste perspectief. Dat is een leven zonder God en tegen God.
Je gaat zien dat je je doel mist: leven tot eer van God. Dat kun je niet meer
vanuit jezelf. Het kan alleen door het geloof in de Heere Jezus. Zo komt er
door de Heilige Geest steeds meer zicht op deze biddende Jezus.
Je gaat uit
Hem leven. Dat is een biddend en strijdend leven. Strijd tegen jezelf en strijd
om voor Hem te leven. Je weet je dan geleefd door Hem. De één heeft daar meer
zicht op dan de ander.
De Heere
leidt Zijn kinderen niet allemaal even ver in de genade. Daar moeten we oog
voor hebben. Eén ding hebben ze gemeenschappelijk: ze verwonderen zich allemaal
over dit eerste kruiswoord.
Wat een
onbevattelijke liefde voor vijanden.
Ken je Hem
nog niet in welke mate dan ook? Dan heeft Paulus in Naam van de Heere nog een
klemmend gebed: ‘Zo zijn we dan gezanten van Christus’ wege, alsof God door
ons bade; wij bidden van Christus’ wege: Laat u met God verzoenen’ (2
Korinthe 5:20)
Wij zijn een ‘evangelisatiepost’ van de
Gereformeerde Gemeenten. We proberen met elkaar missionair werkzaam te zijn in
Amsterdam. Samenbindend bezig zijn en er
te zijn voor alle mensen is één van onze missies. Wij willen een hand reiken
aan en een band aangaan met mensen. Ongeacht (geloofs)overtuiging.
Elke zondag hebben we om 10:30 en 17:00 uur een
dienst. Daarnaast hebben we verschillende activiteiten.
Voor meer informatie zie onze website
www.bijsimondelooier.nl of 06-83571391 / 020-6227742. U bent van harte welkom in onze
evangelisatiepost!
maandag 11 maart 2019
belastingaangifte
Samenvatting
toespraak zondagmorgen 10-3-2019. Voorganger: evangelist Johan Krijgsman.
Telefoon
020-6227742; mobiel: 06-83571391. Amsterdam@bijbelcentrum.nl www.bijsimondelooier.nl
Thema
van de toespraak: ‘Belastingaangifte’ n.a.v. Markus
12:13-17
De
tijd dat we onze belastingpapieren weer moeten invullen is aangebroken. Voor 1
mei moet je alles hebben ingeleverd. Belasting betalen is niet iets van onze
tijd. Ook in de bijbelse tijd kom je het tegen. Kijk maar naar onze
geschiedenis die vanmorgen onze aandacht vraagt. Deze geschiedenis kun je ook
lezen in Mattheüs 22:15-22 en Lukas 20:20-26. We zullen ook citeren uit deze
evangeliën.
Een eenheid
Terwijl
Jezus op weg is naar Jeruzalem om gekruisigd te worden, wordt Hij opgehouden.
Een paar farizeeën en herodianen stellen Hem een vraag. Ze zijn gestuurd door
hun leiders (vers 13).
De
farizeeërs waren een geestelijke groepering. Ze mochten Jezus niet omdat hij
hun schijnheiligheid aan de kaak stelde. De herodianen waren een politieke
groepering die koning Herodes steunden. De farizeeën en de herodianen waren
water en vuur. Nu opeens trekken ze samen op, omdat ze allemaal de Heere Jezus
haten.
Vandaag
zie je dit nog. Mensen die niets met elkaar hebben, maar één zijn in hun verzet
tegen christenen. Je komt dit verzet vaak tegen. Zowel in de politiek als bij
de gewone man. Deze mensen zijn samen één tégen christenen.
Als
het goed is zijn christenen samen één in de Naam van Jezus. Wat dat betreft
kunnen christenen leren van die eenheid tégen christenen.
Een strikvraag
De
farizeeën en herodianen willen Jezus op Zijn woorden vangen. Ze komen met een
schijnbaar loyale vraag. Heel slijmerig noemen ze Hem Meester. Vervolgens
zeggen ze heel vriendelijk: wij weten dat U echt voor de waarheid uitkomt. U
gaat Uw eigen gang en trekt Zich niets aan van wat mensen denken. Alles wat U
over de weg Gods zegt is waar. Maar wij zitten met een vraag. Is het toegestaan
de keizer belasting te betalen of niet? (vers 14). Dus ze zitten met hun
belastingaangifte.
De
Joden waren verplicht belasting te betalen aan hun onderdrukkers, de Romeinen.
Daar zaten ze niet op te wachten. Dat haatten ze zelfs. Hun belastinggeld werd
immers weer gebruikt om hen te onderdrukken.
De
farizeeën en de herodianen hoopten Jezus met deze vraag in de val te lokken.
Zowel ‘ja’ als ‘nee’ kon Hem in moeilijkheden brengen. Als Hij ja zei,
betekende dit dat Hij de Romeinen steunde.
Als
Hij nee zei, konden ze Hem beschuldigen van belastingontduiking en opstand
tegen de Romeinen.
Voel
je de spanning en de schijnheiligheid in die vraag? Waar is een mens al niet
toe in staat. Zeker op godsdienstig gebied.
Jezus alwetendheid
Jezus
doorziet hun schijnheiligheid (vers 15). Hoe kan het ook anders. Hij is God, de
Alwetende.
Hij
doorziet en kent zelfs van verre onze gedachten (Psalm 139: 2). Zul je er
rekening mee houden?
Hij
weet dat ze Hem in de val willen lokken. Ondanks hun schijnheilige
vriendelijkheid. Wat een lijden is ook dit voor Hem geweest. Hij Die de
goedheid Zelf is.
De
farizeeën en de herodianen gebruiken de godsdienst om Jezus te grazen te nemen.
Zo
zie je waar schijngodsdienst toe in staat is. Maar de Heere Jezus weet er raad
mee. Ze krijgen de opdracht een penning, zeg maar een euro, te halen (vers 15).
In
hun schijnheiligheid gehoorzamen ze de Heere Jezus gelijk. Ze rennen voor Hem
en halen een penning (vers 16). Hoe eerder ze Hem erin kunnen luizen, hoe
beter. Vandaar hun gehoorzaamheid.
Jezus’ vraag
Dan
is de beurt aan de Heere Jezus om een vraag te stellen. Hij doet dat niet
stiekem, maar zelfs met een voorbeeld. Hij houdt de penning omhoog en vraagt:
Wiens beeld staat erop en van wie is dit opschrift? (vers 16). Dit is een vraag
naar de bekende weg. Daar zit niets geheimzinnigs en huichelachtigs in. Een
open en eerlijke vraag. Ze kunnen er niet omheen en zeggen onomwonden: van de
keizer (vers 16).
Laten
wij hierin de Heere Jezus volgen. Gewoon open en eerlijke vragen stellen aan
elkaar. Geen strikvragen om elkaar erin te luizen.
Jezus’ antwoord
Dan
is de beurt weer aan de Heere Jezus. Geef dan de keizer wat van de keizer is en
Gode wat van God is (vers 17). Met dit antwoord konden ze het doen. Heel wijs
wijst Hij hen op hun belastingplicht.
Ook
nu is iedereen verplicht belasting te betalen. Daarbij mogen we niet sjoemelen
met het invullen van ons belastingformulier. Laten we in deze een voorbeeldfiguur
zijn in onze corrupte maatschappij.
Wat
is de uitwerking van Jezus’ antwoord? Ze verwonderen zich zeer over Zijn
antwoord.
Ze
zijn met stomheid geslagen. Ze staan perplex (vers 17).
De
farizeeën en de herodianen dachten met hun vraag de Heere Jezus in de val te
lokken.
Hij
legde met dit antwoord opnieuw hun eigen belang en verkeerde motieven bloot.
Hij wilde hen met dit antwoord ontdekken aan hun zonden. Hij wilde dat ze tot
bekering en geloof kwamen.
Geestelijke lessen
De
Heere Jezus zegt ook dat we God moeten geven waarop Hij recht heeft. Hij zegt:
geef Gode wat van God is. Wat bedoelt Hij daarmee?
Wij
zijn geschapen naar Gods beeld (Genesis 1:27). Zoals het beeld van de Romeinse
keizer op de penning stond, zo staat Gods beeld op ons. Wij hoorden bij God.
Let wel: hoorden.
Door
de zondebreuk horen wij niet meer bij God. Door de zonde zijn nog wel kleine
‘stukjes’ over van Gods beeld. Ondanks die kleine delen, eist Hij Zijn héle
beeld van ons. Hij vraagt aan ons: wiens beeld bent u? Wiens beeld draag je?
Geef dan aan God wat van God is. We horen Hem onze liefde en gehoorzaamheid te
geven. Ja, ons hele leven eist Hij op. Doen we dit? De vraag stellen is hem
beantwoorden. Deze vraag houdt ons onze schuldige plicht voor. Deze vraag roept
om bekering.
Deze
vraag roept om de Heere Jezus. Door Zijn lijden, sterven en opstanding heeft
Hij ons verloren beeld weer hersteld. Niet voor Zichzelf, maar wel voor allen
die in Hem geloven.
Beeld van God
De
Heere Jezus wordt het Beeld van God genoemd (2 Korinthe 4:4; Kolossenzen 1:15;
Hebreeën 1:3). In de Heere Jezus zien we wie God is. Hij is als het ware het
‘zegel’ van God. Door het ware geloof in Hem ontvangen wij weer het beeld van
God terug. Hij zet dan Gods ‘zegel’ op ons.
Zo
kunnen we de Heere weer ‘betalen’ waar Hij recht op heeft. Met andere woorden:
in Jezus kunnen we God Zijn beeld geven. Hem de eer geven.
Je
ziet wel eens een euro die ligt te schitteren in de zon. Zo wil de Heere ons door
Zijn Beeld, de Heere Jezus, een schitterend beeld maken van Hem. Dan gaan we
schitteren als een nieuw muntstuk. Dat is met recht een schitterend leven. Dat
is pas leven!
‘Munten’ van God
Als
het goed is, zijn wij door bekering ‘munten’, penningen van God. We mogen niet
voor onszelf leven. Een euro betaalt nooit uit aan zichzelf. Geld is bedoeld om
het aan iemand of iets uit te geven.
Zo
is het ook met onze ‘munten’, onze talenten, die we van God hebben ontvangen.
Daar staat Gods beeld op. Met andere woorden: die hebben we van God ontvangen.
Geef dan aan God wat van Hem is. Gebruik ze tot Zijn eer. Dit omvat je liefde,
tijd, lichaam, studie, werk, maar vooral je ziel.
Je
innerlijk. Dit alles kun je aan God geven door het geloof in de Heere Jezus. Zo
krijgt Hij waarop Hij recht heeft. Dat eist Hij.
Zie
je hoe deze geschiedenis ons oproept tot bekering en geloof in Jezus? Dat mag
je niet uitstellen. Je gaat toch ook niet roekeloos om met je geld? Als het
goed is, zorg je er toch voor dat je belastingaangifte op tijd bij de
belastingdienst ligt? Zo moet je nu op tijd voor je ‘ziel’ zorgen.
Geef
hem over in de handen van hét Beeld Gods, de Heere Jezus. Hij is de Bezitter
van alles.
Hij
wil ons als de Pottenbakker vormen naar Zijn beeld. Een ‘munt’ van Hem maken. Wij
zijn als klei in de hand van de Pottenbakker (Jeremia 18:1-6). Laat je vormen
door Hem.
Geloofstoename
Mag
je Hem al kennen in welke mate dan ook? Dan roept deze geschiedenis je op tot
geloofstoename. Geef Gode wat van Hem is. De Heere wil dat we door het geloof
leven. Dat is een levenslange les die de Heilige Geest wil leren. Op deze wijze
houd je steeds minder ‘eigen’ penningen over. Je wordt geestelijk gezien armer
in jezelf, maar rijker door en met Hem. Je gebed is: O Zoon maak mij Uw beeld
gelijk. Zo krijgt hét Beeld Gods, Jezus, steeds meer betekenis voor je.
Wie
je ook bent: Betaal je ‘belasting’ aan de Heere. Geef Gode wat van Hem is. Geef
door de Heere Jezus je leven aan Hem. Bid: ‘Neem mijn leven laat het Heer,
toegewijd zijn aan Uw eer. Maak mijn uren en mijn tijd tot Uw lof en dienst
bereid’. Amen.
Wij zijn een ‘evangelisatiepost’ van de
Gereformeerde Gemeenten. We proberen met elkaar missionair werkzaam te zijn in
Amsterdam. Samenbindend bezig zijn en er
te zijn voor alle mensen is één van onze missies. Wij willen een hand reiken
aan en een band aangaan met mensen. Ongeacht (geloofs)overtuiging.
Elke zondag hebben we om 10:30 en 17:00 uur een
dienst. Daarnaast hebben we verschillende activiteiten.
Voor meer informatie zie onze website
www.bijsimondelooier.nl of 06-83571391 / 020-6227742. U bent van harte welkom in onze
evangelisatiepost!
Abonneren op:
Posts (Atom)






